"Gemeenten piepen niet, maar doen het gewoon"

28-01-13 |

Tien jaar lang was Ralph Pans directievoorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Gemeenten kregen het flink voor hun kiezen, vindt Pans. "Forse taakverzwaringen en tegelijkertijd minder inkomsten. De buitenwacht maakt zich dan meteen zorgen. Maar de praktijk is: gemeenten piepen niet, maar doen het gewoon."

"Het was een turbulente tijd," blikt Ralph Pans terug op 2002 – het jaar dat hij aantrad als directievoorzitter van de VNG. "Balkenende I was net gestart. Men wilde stevig aan de slag. 'Knopen doorhakken' was het devies. Gemeenten kregen plotsklaps te maken met forse kortingen, en inperkingen van hun belastinggebied. Gemeenten waren laaiend. Grootscheeps protest, we stonden met een circustent op het Malieveld in Den Haag. De verhouding met het Rijk kwam flink onder druk te staan."

Niet piepen

Maar: het vermogen van gemeenten om moeilijke taken op te pakken bleek groot, aldus Pans. "Dat geldt zowel voor kleine als voor grote gemeenten. Taakverzwaring en tegelijkertijd minder geld? De buitenwacht maakt zich dan meteen zorgen: kunnen gemeenten dat wel aan? Voor gemeenten is het uiteindelijk geen vráág of dat lukt. Ze piepen niet, maar doen het gewoon. In goede en slechte tijden houden gemeenten hun boekhouding op orde. Dat vraagt natuurlijk soms lastige beleidsbeslissingen. Juist gemeenten kunnen die besluiten goed uitleggen, door hun directe contact met burgers."

Regiegemeente

Pans: "De manier waarop gemeenten werken, is de afgelopen jaren enorm veranderd. Gemeenten maken de slag van traditionele taakverdelingen naar ontkokering, naar resultaatgericht werken. Ik zie veel onderlinge samenwerking binnen regio's. Maar ook met private partijen en burgers. Burgers nemen initiatieven en voeren die uit, met steun van hun gemeente. Hadden we het vroeger over inspraakavonden, vandaag de dag gaat het om co-producties. Gemeenten nemen op deze manier steeds meer een 'regierol'."

Vertrouwen van de burger

"Burgerparticipatie is een trend die zeker verder doorzet", voorziet Pans. "Want wil je als bestuur vertrouwen houden, dan moeten burgers zich betrokken voelen. Gemeenten beseffen dat als geen ander. Mede daarom ook staat dienstverlening overal in gemeenteland hoog op de agenda. Op dat terrein hebben gemeenten veel geïnvesteerd. Je krijgt er geen bloemen voor als je je dienstverlening goed regelt. Maar als je het níet op orde hebt, ontstaat er onvrede. En dat leidt uiteindelijk ook tot minder steun voor lastig beleid."

Trots op resultaten

De overheid mag trots zijn op haar e-dienstverlening, vindt Pans. "Voorheen was er een eindeloze hoeveelheid ideetjes en plannen. Binnen het NUP werd dat voor het eerst gestroomlijnd, in een stevig, samenhangend programma. En dat heeft gewerkt. Natuurlijk, ieder foutje in de e-dienstverlening komt nog steeds met chocoladeletters in de krant. Terecht, dat hoort bij een transparante overheid. Maar de manier waarop de overheid nu werkt… Een wereld van verschil met vroeger! Daar mogen we ook wel eens wat tevredenheid over tonen, vind ik."

Voorop gaan

Pans stopt op 1 februari bij de VNG om naar de Raad van State te gaan. Zijn vertrek is niet helemaal zonder pijn in het hart. "De VNG is een vitale en gezaghebbende organisatie, in een dynamisch speelveld. Een organisatie als deze mag nooit achteraan lopen, of zelfs gelijk opgaan met de leden. De VNG hoort vóórop. Zien wat er op gemeenten afkomt, en daar samen met hen slimme oplossingen voor vinden. Dat is mooi."

Meer middelen

"In bestuurlijk Nederland is het accent fundamenteel verschoven, van centraal naar decentraal", besluit Pans. "Goed lokaal bestuur is voor het vertrouwen van de burger minstens zo belangrijk als de Haagse politiek. Daarom is het van groot belang dat gemeenten de financiële middelen krijgen om aan hun toegenomen verantwoordelijkheden invulling te kunnen geven. Dat besef moet in Den Haag nog doordringen."