"We hebben de kip met de gouden eieren…"

18-02-13 |

Blog van Peter Welling, voormalig voorzitter van de Programmaraad van het Stelsel van Basisregistraties (PSB).

Het is begin 2013, en het Stelsel van Basisregistraties stáát er. Er zijn werkende registraties en registraties-in-de-maak. Maar wat het belangrijkste is: voor het eerst zijn de basisregistraties prominent onderdeel van het Regeerakkoord. Ze worden niet alleen bij name genoemd; vrijwel elk onderwerp in het Regeerakkoord bevat 'Stelselaspecten'.

Zo speelt het Stelsel – het delen van authentieke gegevens door overheden – een belangrijke rol bij de beoogde decentralisatie van Rijkstaken naar de decentrale overheden evenals bij de voorgenomen departementale bezuinigingen van het Rijk van 1,1 miljard euro. Bezuinigingen die slechts kunnen worden bereikt door 'versnelde effectieve inzet van basisregistraties'. Ook tal van andere ambities– zoals de digitale overheid in 2017, de aanpak van scheefwonen, fraude – kunnen we alléén waarmaken met een werkend Stelsel, aldus het Regeerakkoord.

Het Stelsel expliciet in de kabinetsplannen. Daar ben ik blij mee, en daarmee is al veel bereikt. De Nederlandse digitale overheid kán niet zonder authentieke gegevens uit de basisregistraties. Maar we zijn er nog lang niet. Basisgegevens bewijzen hun werkelijke nut in het gebruik. Hoe? Door ze te verbinden met andere gegevens -  en er zijn veel registers. Als overheden altijd en overal van dezelfde basisgegevens gebruik maken, kunnen veel processen een stuk simpeler. En ook beter.

Kortom: met het Stelsel hebben we de kip met de gouden eieren in handen, waar andere landen om ons heen jaloers op zijn. Maar willen we ervan ten volle profiteren, dan moeten we eerst een aantal vraagstukken oplossen. Rondom privacy bijvoorbeeld. Een werkend Stelsel versterkt de informatiepositie waardoor fraude beter kan worden aangepakt. Frauderen blijft mogelijk, maar de marges voor 'kwaadwillenden' worden kleiner.

Aan de andere kant staat gegevenskoppeling soms op gespannen voet met privacy in wet- en regelgeving. De vraag is dan: wat is de basiswaarde van privacy? Ideeën daarover veranderen. Kijk maar naar de wijze waarop jongeren internetten. Willen we meer en anders gebruikmaken van gegevens, dan moeten we met elkaar in discussie over een nieuwe basiswaarde van privacy.

De meerwaarde van het Stelsel ligt zoals gezegd in het gebruik. Maar ondanks de vele zichtbare en goede voorbeelden van Stelselgebruik, is de bekendheid nog onvoldoende, moet ik helaas concluderen. Wat nog ontbreekt, is de bestuurlijke awareness. Relaties leggen tussen maatschappelijke vragen, de eigen opdracht, samenwerking met ketenpartners en de rol van authentieke gegevens hierin, blijft lastig. Hier ligt dus nog een opgave. Van enerzijds meer communiceren over het Stelsel en anderzijds meer sturen op gebruik – waarbij we de bijbehorende weerstanden op een goede manier oplossen.

Wat mij brengt op de laatste – maar niet minst belangrijke – voorwaarde voor een werkend Stelsel: de financiering van het gebruik. Met veel plezier was ik voorzitter van de Programmaraad, maar dat de financiering nog niet goed geregeld is en dus in sommige gevallen het gebruik van de basisregistraties belemmert, zit me flink dwars. Goed informatiebeleid kan overheid, burgers en bedrijfsleven miljarden euro’s besparen. Maar we laten ons weerhouden door de bestuurlijke grenzen en dito afgeschermde budgetten. Laten we over die grenzen kijken en ook in financieel opzicht samen optrekken en investeren in het Stelsel van Basisregistraties. Anders krijgen we die gouden eieren nooit in handen.

Over de auteur

Peter Welling was tot 1-1-2013 onafhankelijk voorzitter van de Programmaraad van het Stelsel van Basisregistraties (PSB). Hij is nu Chief Information Officer (CIO)/ hoofddirecteur van de Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.