"Versterken informatiepositie burger"
Burgers willen graag weten welke gegevens en informatie de overheid over hen registreert, en bij het laten aanpassen van onjuistheden krijgen ze graag hulp.
Dit blijkt uit het eindrapport Het versterken van de informatiepositie van de burger: verkenning naar nieuwe (verplichte) functionaliteiten van MijnOverheid. Minister Spies (BZK) heeft deze kabinetsreactie op het rapport iOverheid van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) vorige week naar de Tweede Kamer gestuurd. Het onderzoek is uitgevoerd door PBLQ-HEC.
"Als verantwoordelijke voor de persoonsgegevens in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) die worden getoond op Mijn.Overheid.nl, heb ik opdracht gegeven tot een impactanalyse, teneinde te verkennen welke additionele functionaliteiten binnen Mijn.Overheid.nl redelijkerwijs zijn te realiseren met betrekking tot GBA-gegevens", schrijft minister Spies in een begeleidende brief. Ze verwacht medio 2013 een plan van aanpak naar de Tweede Kamer te sturen. Hiervoor zal verdere afstemming plaatsvinden met collega ministers en met de beheerpartijen van Mijn.Overheid.nl.
Informatie alleen is niet voldoende voor een versterking van de informatiepositie van burgers, zo valt in het rapport te lezen. Het versterken van de informatiepositie van de burger is tweeledig. Aan de ene kant gaat het om de 'gewone' burger en aan de andere kant om een burger die verstrikt is geraakt in wet- en regelgeving. De 'gewone' burger hecht weliswaar aan inzage en invloed, want dat maakt de overheid transparant, maar de mate en frequentie waarin eventueel gebruik gemaakt zal worden van mogelijke nieuwe functionaliteiten van MijnOverheid is beperkt. De burger die een (gegevens)probleem heeft met de overheid, vindt het daarentegen des te belangrijker te weten wat over hem geregistreerd is, en hoe een eventuele onjuistheid in de registraties gecorrigeerd kan worden. Inzage biedt hem de mogelijkheid de oorzaak van zijn probleem te achterhalen en daar zelf invloed op te oefenen.
Zowel de burgers als geraadpleegde organisaties geven aan dat inzage in gegevens en verzoek tot correctie niet afdoende zijn om (gegevens)problemen op te lossen. Uit het onderzoek komt naar voren dat een of andere vorm van accountmanagement of een gegevensautoriteit hierbij behulpzaam kan zijn. Het gaat dan om een partij die ervoor zorgt dat alle partijen in de keten hun verantwoordelijkheid daadwerkelijk waarmaken. Geconstateerd wordt dat naast het digitale kanaal het persoonlijke en/of telefonische contact noodzakelijk blijft. Dit geldt zeker ook voor een groep burgers die minder digitaal vaardig is.
Meer informatie
De brief van minister Spies en het rapport zijn te vinden op de website van de Rijksoverheid.

