Voor een samenhangende en effectieve e-overheid is het noodzakelijk een
beperkt aantal (basis)voorzieningen eenmalig te ontwikkelen, te bouwen en te
implementeren. Dat bespaart geld, schept mogelijkheden om bedrijfsvoering te
koppelen, en het bevordert standaardisatie. Het is in feite het fundament voor
een publieksgerichte dienstverlening. Hiervoor is een architectuur nodig die de
uitgangspunten beschrijft voor de vormgeving van de e-overheidsdienstverlening
en de te ontwikkelen basisinfrastructuur.
De basisinfrastructuur omvat een selectie uit de bouwstenen van de
e-overheid. In het NUP is afgesproken dat de basisvoorzieningen die deel
uitmaken van de basisinfrastructuur prioriteit hebben. Deze aangewezen
basisvoorzieningen zijn voorzieningen waarvan het gebruik voor alle
bestuursorganen voor eind 2010 moeten worden gerealiseerd. Deze voorzieningen
kunnen ook als essentiƫle bouwstenen worden aangemerkt voor andere
basisvoorzieningen, of projecten die voor eind 2010 als focus zijn aangemerkt.
Er zijn op dit moment negentien basisvoorzieningen, verdeeld over vijf
categorieƫn: E-toegang, E-authenticatie, Nummers, Basisregistraties en
E-informatieuitwisseling.
De ruggengraat van de architectuur van de e-overheid wordt gevormd door de
Nederlandse overheidsreferentie-architectuur (de NORA). Met het uitbrengen van
de NORA is een door alle partijen erkende overheidsarchitectuur van de
e-overheid tot stand gekomen. Overheidsorganisaties kunnen met de NORA de
ontwikkeling binnen hun eigen organisatie afstemmen. Door zich te houden aan de
ontwerpprincipes en daaruit voortvloeiende standaarden, voldoen oplossingen aan
eisen voor samenhang en standaardisatie. NORA versie 3.0 zal deze eisen nader
concretiseren. De NORA is leidend voor alle sectoren. Sectorspecifieke
architecturen (bijvoorbeeld MARIJ voor de rijkssector en GEMMA voor de
gemeenten) worden van NORA afgeleid.